HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Hoe fotografeer je wildlife?

Van de damhertenbronst tot de wilde paarden van de Oostvaardersplassen. Wildlife is hot en happening. Zoogdieren hebben een magische uitwerking op ontelbaar veel natuurfotografen.
Hoe zorg je ervoor dat jouw foto’s boven het maaiveld uitsteken?

Hoe fotografeer je wildlife?
Voordat je op stap gaat is het handig om jezelf eerst in te lezen over het dier dat je graag wil fotograferen. Zo maak je de meeste kans op een ontmoeting. Fotograaf: Caroline Piek
Delen

1. Verdiep jezelf in jouw onderwerp

Voordat je op stap gaat is het handig om jezelf eerst in te lezen over het dier dat je graag wil fotograferen. Stel jezelf eens vragen als: wanneer is het dier actief? Waar maak ik de meeste kans om het te vinden? Hoe moet ik het benaderen? Het heeft bijvoorbeeld weinig zin om op klaarlichte dag naar wilde zwijnen te struinen. Deze nacht- en schemerdieren zullen zich niet of nauwelijks laten zien. Het loont ook zeker om iets te weten over sporen die dieren achterlaten in het veld. Denk niet alleen aan pootafdrukken en keutels, maar ook aan wissels, schuurplekken op bomen, modderbaden en wroetsporen. Met deze kennis op zak maak je veel meer kans op een ontmoeting.

2. Werk voor langere tijd met één diersoort

Beperk jezelf eens tot één soort voor een bepaalde periode. Zo stimuleer je jezelf om steeds weer op nieuwe manieren en vanuit andere invalshoeken te fotograferen. Besteed je veel tijd aan een diersoort, dan is de kans groot dat je ook kenmerkend gedrag kunt vastleggen als foerageren, paren, zogen of wassen. Zo kom je na enige tijd vanzelf tot een beter portfolio met meer variatie.

damhert
Langere tijd aan één diersoort besteden geeft je de kans om kenmerkend gedrag te fotograferen.

3. Wees een vroege vogel

Je knusse bed ligt op de vroege ochtend natuurlijk het lekkerst. Het is even afzien om in de kleine uurtjes het warme dekbed van je af te slaan, maar eenmaal in het veld ben je jezelf dankbaar. Je komt nog weinig wandelaars en fotografen tegen en het licht is in de vroege uurtjes vaak prachtig. Vooral in combinatie met mist levert dit mooie sfeerplaatjes op.

4. Gebruik een snelle sluitertijd

Wilde dieren bewegen vaak snel of onverwachts. Zorg voor een snelle sluitertijd als je deze beweging wil bevriezen. Over het algemeen geldt dat de sluitertijd minimaal gelijk moet staan aan de brandpuntafstand van jouw lens. Stel dat je met een 400mm lens fotografeert, dan gebruik je 1/400s of sneller. Voor snel bewegende onderwerpen als rennende of springende dieren heb je hier vaak niet genoeg aan. Gebruik dan eerder een sluitertijd rond 1/1000s. Loop je naar een donkerder of lichter deel van het natuurgebied, controleer dan even of jouw instellingen nog steeds voldoen voor die lichtsituatie.

Springende vos
Gebruik een snelle sluitertijd om snelle of onverwachtse bewegingen te bevriezen.

5. Houd de wind in de gaten

Veel zoogdieren hebben een uitstekende neus én oren. Staat de wind in jouw rug, dan heb je weinig kans om dichterbij te komen zonder dat zij jou spotten. Als je de mogelijkheid hebt, loop dan altijd tegen de wind in, zodat geuren en geluiden de andere kant op waaien. Ga eens doodstil in het veld zitten met de wind in je gezicht. Dieren merken je niet snel op en komen steeds dichterbij.

6. Neem een afwachtende houding aan

Het heeft geen zin om dieren na te jagen in het veld. Vooral in de winter kost het hen veel kostbare energie en het levert jou geen mooiere foto’s op. Het loont veel meer om op een goede plek af te wachten totdat het dier vanzelf naar jou toekomt. Wil je bijvoorbeeld graag reeën fotograferen, houd dan zo’n honderd meter afstand van de sprong en ga rustig zitten. De grazende dieren nemen je uiteindelijk in vertrouwen.

Reeen in de sneeuw
Het heeft geen zin om dieren na te jagen in het veld. Het loont veel meer om rustig af te wachten.

7. Werk met makkelijk te benaderen dieren

Wil je flink oefenen met wildlife fotograferen, dan is het handig om een onderwerp te kiezen dat niet snel wegloopt. In veel natuurgebieden lopen grote grazers als koniks en Schotse hooglanders. Deze dieren zijn gewend aan de aanwezigheid van mensen en tolereren het (tot op zekere hoogte) als je hen veelvuldig als model gebruikt. Gebruik in dit soort situaties ook eens een groothoeklens. Houd je het objectief vlakbij het dier, dan ontstaat er een vervorming. Dit levert vaak grappige en originele foto’s op.

8. Wees voorbereid

Hang alvast jouw meest gebruikte lens om je nek bij het betreden van een natuurgebied. Sta je opeens oog in oog met wildlife, dan is het meestal al te laat als je nog je tas moet openritsen. Houd er ook rekening mee dat je alvast een gangbare ISO-waarde, sluitertijd en diafragma hebt ingesteld voor de bijbehorende lichtomstandigheden. Zo mis je geen enkel mooi moment.

konik
Kun je dieren eenvoudig benaderen, gebruik dan ook eens een groothoeklens. Dit levert vaak grappige en originele foto’s op.

 

Zelf aan de slag met wildlife?

Wil je ook graag wildlife leren fotograferen? Doe dan mee met mijn workshop oerossen en wilde paarden op 23 januari!

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *