HOME < INSPIRATIE < REISVERSLAGEN
reisverslagen

Nationaal park Fulufjället in Zweden

3 juni 2016 om 4:15 uur doe ik mijn ogen open bij het felle licht en het gezang van een merel van – oh, hoe nep! – mijn philips wake-up light. Klaar voor een reis door Zweden en Noorwegen hopend op veel realistische beelden van dieren, planten en landschappen en met de zekerheid de middernachtzon te ervaren.

Fulufjället
Vanuit ons huisje kijken we uit over een meer. Fotograaf: Jaap Zuidersma
Delen

Op weg naar Fulufjället

Samen met mijn broer maak ik me op voor de lange rit richting het Zweedse Fulufjället. Het Nationaal park met de kale bemoste hoogvlakten met dwergbomen, veen, besneeuwde heuvels en uitgestrekte bossen met meren. Na de overtocht per boot bij Puttgarden en Helsingør ben ik voor het eerst in Zweden, voor mij het land van de grote aaneengesloten bossen en vele meren. Dit beeld wordt bevestigd hoe dichter we bij de bestemming komen. Samen met het wonderlijke feit dat het mos dat wij verfoeien in onze grasperkjes hier voor gazon doorgaat en ook elders welig tiert en er bijna geen grassprietje groeit. Wat verder opvalt is dat je hier voornamelijk naaldbomen en berken ziet. Ook zie je veel skeletten van dode bomen, waardoor het bos veel minder dicht blijkt te zijn.

baardmossen
De bomen hangen vol met baardmossen, een teken van zuivere lucht. Fotograaf: Jaap Zuidersma
Veel omgevallen dode bomen maken het bos minder dicht.
Veel omgevallen dode bomen maken het bos minder dicht. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Na 1000 kilometer maken we een tussenstop en brengen de nacht door in een voor Zweden typisch fenomeen de stuka, een kleine houten hut op de camping, die in verschillende gradaties van luxe en prijsniveau te huur zijn. Deze nacht slapen we in een éénvoudige stuka met alleen vier bedden, maar ze zijn er ook met koelkast, magnetron, waterkoker enz.

Na nog eens 489 kilometer komen we aan bij het vakantiehuis dat midden in een bosgebied ligt met 100 meter van de voordeur een groot meer. Hier worden we meteen de eerste dag al getrakteerd op de nominaatvorm van de boomklever, de roodkeelduiker, de brilduiker en het witgatje.

 

boomklever
Nominaatvorm van de boomklever. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Het Nipfjället

Meteen op onze eerste tocht in het Nipfjället stuiten we op 5 rendieren die onze auto op een meter afstand passeren. Ook hier weer vooral naaldbomen en berken die vol hangen met baardmossen, zwarte en groene. Verder komen we hier morieljes tegen en tussen het mos staan immergroen, witte klaverzuring, dalkruid en goudbraam. De laatste soort kom je heel veel tegen in de gebieden die wij bezoeken. Je komt hier op een veel lagere hoogte al boven de boomgrens dan in de Alpen het geval is, omdat het gebied veel noordelijker ligt.

Morieljes
Morieljes staan langs het pad. Fotograaf: Jaap Zuidersma
rendieren
Veel gemengde groepen rendieren met mannetjes, vrouwtjes en jongen, vooral bij het Nipfjället. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Het Fulufjället

De volgende dag bezoeken we het Fulufjället dat bekend staat om zijn unieke flora. Zo vroeg in het jaar krijgen we daar niet veel van te zien op immergroen, goudbraam en veenpluis na. Verder is het een hoogvlakte met veen, hier en daar een verwrongen berk, veel mos, rotsblokken, meertjes en besneeuwde bergtoppen. Het valt ons op dat hier in juni nu pas de pinksterbloem en de dotterbloem bloeien.

In de buurt van de meertjes ontdekken we de tapuit, piepers, rietgors, witte kwikstaart, noordse gele kwikstaart, zwarte zee-eend, kuifeend, wintertaling, wilde zwaan, huiszwaluw, wulp, watersnip, goudplevier, witgatje, koekoek en fitis. Al met al een vogelrijk gebied. Onderweg in de auto zien we nog een jonge eland de weg oversteken.

Goudplevier
Goudplevier mannetje met vrouwtje in de achtergrond. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Het langfjället

De volgende dag begint helder, maar het waait ontzettend hard en de temperatuur is gekelderd van een zeer aangename 25 graden naar een gure 5 graden. Ook neemt gestaag de bewolking toe, deze situatie is ontstaan omdat de wind gedraaid is van het zuiden naar het noorden. Af en toe worden we op onze tocht door het Langfjället overvallen door hagel en natte sneeuw.  Het open bosgebied heeft ondergroei van bosbes, dat af en toe massaal overgenomen wordt door 1 tot 1,5 meter hoge jeneverbes struiken. Zo nu en dan zien we sporen van elanden.

Soms moeten we een veengebied passeren via naast elkaar gelegen planken.
Soms moeten we een veengebied passeren via naast elkaar gelegen planken. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Nogmaals het Nipfjället

De volgende dag weer het Nipfjället bezocht en een pad gevolgd richting een rivier met veengebied. Vanaf hier had je een goed zicht op de voor dit gebied typerende berg de Städjan. Deze berg is tijdens de ijstijd helemaal rond afgesleten op de top na, hierdoor lijkt hij een beetje op een vulkaan. Kepen, piepers, gekraagde roodstaart, witgatje, goudplevier, raaf en koekoek vergezelden ons op deze tocht. Ook werden we getrakteerd op goudbraam, immergroen, zevenster, paardebloem, Zweedse kornoelje, moerasviooltje en eenarig wollegras. Via het Fjäll kwamen we in een bosgedeelte met behoorlijk dikke dennen en wilgen en later ging het over in een moerasgedeelte. Onderaan in de vallei was een nederzetting met 10 houten huizen, waarschijnlijk gebruikt door rendierhoeders.

Städjan
De berg de Städjan, een typische berg die overal bovenuit steekt. Fotograaf: Jaap Zuidersma
Zevenster
Zevenster. Deze plant heeft iets met het getal zeven, de bloem heeft zeven kelkbladeren, zeven bloembladeren en zeven meeldraden. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Laatste dag nogmaals het Fulufjället

Op onze laatste dag in Zweden zien we weer de nominaatvorm van de boomklever, deze is bijna helemaal lichtgrijs en mist het blauw en oranje, wel heeft hij een rode stuit. De term nominaatvorm betekent dat het van deze soort de eerste vorm is die beschreven is door Linnaeus (logisch, dat was een Zweed), alle andere vormen, dus ook onze blauw met oranje, zijn ondersoorten.

Opnieuw op weg naar het Fulufjället interrumperen we het gevecht van twee houtsnip mannetjes midden op de weg, hoewel interrumperen is het niet want in de berm vechten ze gewoon verder. We zijn op weg naar Zwedens hoogste waterval de Njupeskär vattenfall met een hoogte van 125 meter en een vrije val van 93 meter. Omdat wij qua watervallen wel wat verwend zijn geraakt in de Alpen valt deze qua hoogte en omvang iets tegen. Wel zijn er leuke foto’s van te maken omdat het zonlicht van achter de waterval schijnt.

Op de terugweg passeren we de boomgrens op 800 meter en een bordje dat dit feit verduidelijkt, in de Alpen gaat dit meer richting de 2000 meter of meer, de noordelijke ligging dwingt een lagere boomgrens af terwijl in de Alpen de winters ook lang en koud zijn.

waterval
De Njupeskärvattenfall, de hoogste waterval van Zweden. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Nog enkele praktische zaken:

  • Wij zijn met de auto gegaan en hebben na 1000 kilometer een (noodzakelijke) tussenstop gemaakt. Er zijn verschillende routes die je kunt volgen, wij zijn door Zweden gereden. Per openbaar vervoer kan ook, maar dat is een hele omweg.  Je zou het ook per vliegtuig kunnen doen naar Göteborg en dan een auto huren.
  • Ter plaatse is het volgens mij het handigst om je per auto ter verplaatsen
  • De beste tijd van het jaar hangt van een aantal factoren af. Wij zijn in juni gegaan omdat het buiten het hoofdseizoen rustiger is. Ook een voordeel is dat het rond deze tijd nog niet stikt van de (steek)muggen. Nadeel is dat er in ieder geval qua flora nog niet heel veel te zien is en ook op insectengebied is het mager.
  • Qua fotografische mogelijkheden zit je niet echt vast aan een bepaald onderwerp. Het landschap is erg mooi, maar er komen ook heel veel interessante vogels voor en ook rendieren en elanden. Planten en insecten hangt een beetje af van het seizoen.
  • Wij hadden een huisje gehuurd midden in het gebied, maar je kunt ook een stuka huren of op de camping gaan staan in Mörket, Gördalen en Särna. Hotels liggen eigenlijk een beetje te ver buiten het gebied.
  • Zeker in juli is het verstandig anti-muggenspray mee te nemen. Zorg ook voor goed en stevig schoeisel en bereid je voor elke tocht goed voor. Je bevindt je soms een heel eind buiten de bewoonde wereld en afhankelijk van het seizoen kom je ook bijna niemand tegen. Dus een vorm van communicatie, eten en drinken en een rugzak met extra kleding, reservekleding en andere praktische zaken is geen overbodige luxe. Maar maak het ook niet te zwaar want je moet het wel allemaal mee sjouwen.

Deel dit artikel


1
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Een mooie sammenvatting van jullie reis Jaap!.
    Ik ken deze plaats goed en neem de vrijheid om een paar tips te geven.
    Bij het bezoekercentrum Fulufjället zijn vaak taigagaaien te zien. zij houden erg van een speciale worst die je in elke supermarkt kan krijgen, de worst heet falukorv. Snij die in kleine stukjes en de vogels komen uit je hand eten.

    Als je van wandelen houdt zijn er prachtige overnachtingshutten in deze omgeving!

    Bij de waterval broedt sinds een paar jaar een giervalk, vaak goed te zien!! Het paartje is niet bang voor mensen aangezien erg veel mensen rondlopen, een groote tele is wel nodig!

    In het gebied rond Idre zijn veel beren, letop doden dieren langs de weg beren komen vaak tegen de avond naar die plekken toe.

    Bij de berg Nipfjället heb je goede kans om een Steenarend te zien.
    Met vriendelijke groet,
    Alex Roetemeijer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *