Menu

Onderdeel van Pixfactory

Flits

Er zijn zo van die momenten die je als natuurfotograaf lang, zo niet voor altijd bij blijven. Gebeurtenissen die je raken, in je geheugen gegrift worden, een kerf in je ziel achterlaten. Dat kan een prachtige ochtend zijn of een bijzondere ontmoeting met een zeldzaam dier. In mijn geval gaat het om een ingrijpend voorbeeld van de ‘struggle of life’, van leven en dood, van onrechtvaardigheid.
De neus ophalen voor verse vis, of toch een gebroken nekje? Fotograaf: Marijn Heuts

Guerrilla

Twee weken eerder zat ik in een veel te klein schuiltentje te wachten naast de kluit van een onvrijwillig gesneuvelde dennenboom op een immense kapvlakte. Onzichtbaar en onvindbaar voor mijn beoogde onderwerp, maar een donkere onweerswolk van muggen hield ik niet voor de gek. Ze dansten en zoemden in een lange polonaise via de spleet tussen tentdoek en lens naar binnen en maakten er een vrolijk en bloederig feestje van op mijn huid. Bedekte vleeswaren nuttigden ze gewoon door de verpakking heen. Inpakken hoeft niet, we eten het hier wel op. Vluchten kon niet meer.

Volle pijp

Druk doende met de kansloze missie een reeds verloren oorlog alsnog in mijn voordeel om te buigen, werd ik door een luide piep herinnerd waarom ik hier ook weer een zittend buffet zat te wezen. Pa ijsvogel landde met een flinke vis op zijn vaste stek, een dorre tak in een regenplas aan de voet van de kluit. Een vreemde locatie voor de blauwe flits, doorgaans worden ijsvogels niet geassocieerd met een droog dennenbos. Maar in de banlieu van een visvol vijvercomplex had deze vinex-ijsvogel eigenlijk helemaal niet zo’n gekke plek uitgekozen om zijn kroost uit het ei te laten kruipen. Landelijk wonen met toch alle voorzieningen in de nabijheid. Tenminste, in vogelvlucht.
Pa deed een poging de nestpijp in te duiken, maar kwam niet verder dan zijn middel. De kleurige ijsvogelbillen bungelden noodgedwongen nog naar buiten. Een salto met dubbele achterwaartse schroef was nodig om na het afleveren van het vispannetje de terugweg te kunnen aanvaarden. Een teken dat de jongen al groot waren en voorzichtig richting het licht aan het einde van de tunnel schuifelden. Toen pa eenmaal weg was ratelde de carrousel van jongens en meisjes dat het een lieve lust was.

Sprong in het diepe

Fast forward naar afgelopen weekend. Tegen alle verwachtingen in woonden de pubers nog steeds thuis, al kon het moment suprême nooit lang meer duren. Voor de tweede vroege ochtend op rij zat ik daarom weer in mijn claustrofobuitenwoning. Nog niet goed en wel geïnstalleerd brak jong nummer één luid fladderend de schemerstilte, om binnen no-time in een dennenboom recht boven me terecht te komen. Binnen het uur hadden vermoedelijk drie broers en zussen het voorbeeld gevolgd. Vermoedelijk, omdat het zo onvoorspelbaar en snel gaat en ze niet op de tak vlak voor het nest plaatsnamen. Ze zaten luid ’tjakkend’ verspreid over de kapvlakte hun aanwezigheid prijs te geven. Alsof blauworanje nog geluid nodig heeft om op te vallen.
Vlak na nummer vier klonk er weer gefladder, nu echter direct gevolgd door een plons. Jonge ijsvogels weten nog niet waar Abraham de stekelbaarsjes haalt, dus deze sprong in het diepe was een onvrijwillige. De eerste de beste afslag in het leven meteen verkeerd genomen. In plaats van omhoog omlaag gemikt. Blue hawk down.

Broek vies

Ik besloot mijn schuilplek prijs te geven, stormde de tent uit, waadde met dank aan de hoosbuien van twee dagen eerder tot aan de knietjes door de verrassend diepe en brakke regenplas en redde de wild waterwapperende blauwe brokkenpiloot. Ik zette hem op het droge, in de verwachting dat even bijkomen aan de kant voldoende was om aan te sterken en zich bij de rest van het jonge geluk te voegen. Ik zag echter meteen dat er iets niet klopte. Het kereltje was letterlijk ondersteboven van zijn maiden voyage en bekeek de wereld 180 graden verkeerd om, het kopje onnatuurlijk ver in de nek gelegd. Kom je na weken tunnelvisie in een vissig hol eindelijk buiten, krijg je mij te zien, en ook nog eens op de kop. Is dat nou het langverwachte vrije leven? Begrijpelijk dat hij probeerde in mijn fishfingers te bijten.

De een na laatste rustplaats, een tegen de muggen behandschoende fotografenhand.
De een na laatste rustplaats, een tegen de muggen behandschoende fotografenhand. Fotograaf: Marijn Heuts

Ik besloot hem met rust te laten, dook mijn eigen muggenhol weer in en zou wel zien wat er ging gebeuren. Niet veel meer, hij bleek de laatste van het broed te zijn. In de verte zag ik pa en ma de broertjes en zusjes steeds verder weg lokken met steeds grotere vissen. De kans op een redding en lang en gelukkig leven voor mijn kneusje raakte zo ook steeds verder uit het zicht.

Laatste uur geslagen

Na een uur brak ik de tent af. Benieuwd hoe het met hem was, vond ik het ijsvogeltje op dezelfde vierkante centimeter waar ik hem eerder had achter gelaten. Zijn verwonderde kraaloogje en mijn rood betraande oog (sterk spul he, die hooikoorts?) vonden elkaar. Knap hoe gelaten hij zijn onvermijdelijke lot leek te aanvaarden, geen onvertogen woord verliet de witgepunte snavel. Geen geklaag, geen gejammer, geen gezeur, geen slachtofferrol. Als het al een meisje was zou ze zeker geen Sylvana heten. Ik sprak hem bemoedigend toe. Come on kingfisher! Ik probeerde nog of het koppige kopje ook rechtuit kon kijken. Dat ging en hij hield het zowaar even vol, maar al snel verviel hij weer in zijn oude patroon. Het gewicht van het kopje in de nek deed hem daarbij herhaaldelijk achterover kukelen, twee kindervoetjes vast in volle overgave in de lucht.

Plons twee

Met een laatste inspanning fladderde hij plots op en probeerde uit pure wanhoop de nestpijp te bereiken. Om de tijd terug te draaien, een tweede kans op uitvliegen te creëren? Net voor de ingang lieten zijn krachten hem echter in de steek en hij belandde wederom in het zure duister van de onverbiddelijke plas. Mijn pas net weer droge schoenen en broek voelden terecht nattigheid. Hop, ik er weer achter aan.

Ik legde de drenkeling opnieuw te drogen aan de kant, maar hij was duidelijk aan het eind van zijn visserslatijn. De ademhaling traag, de kraaloogjes half gesloten. Van pa en ma was geen hulplijn meer te verwachten, de zwakkeling van het gezin wordt in het dierenrijk aan zijn lot overgelaten. Geen eer aan te behalen, alleen de sterksten mogen overleven. De vis wordt immers al zo duur betaald. Darwin in de praktijk gebracht, vlak voor mijn neus.

Onderhond

Ik heb altijd al een zwak gehad voor de onderhond, dus voor mij was deze schlemiel een heuse held. Had ik die ochtend niet gefotografeerd, was hij waarschijnlijk meteen verdronken. Nu kon ik hem redden en deed ie echt alles wat in zijn beperkte machtje lag om het alsnog te redden. Het mocht niet baten. Soms is het leven zo oneerlijk. En zo kort.
Vaarwel lieve kleine vriend. Je leventje ging veel te snel voorbij. In een flits de pijp uit.

Geef een reactie

15 reacties

  1. Beeldend geschreven in jouw humoristische stijl. Alleen al die slotzin. Top. Maar zo zielig ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

15 reacties

  1. Beeldend geschreven in jouw humoristische stijl. Alleen al die slotzin. Top. Maar zo zielig ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Marijn Heuts

Marijn Heuts

Marijn Heuts is een natuurfotograaf die met een creatieve insteek zowel landschappen, dieren, planten als abstracten fotografeert.

Meer columns van deze auteur

Deze artikelen vind je vast ook interessant: