HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Bolvormig springstaartje

Het is een verbazingwekkend diertje. Ze geven ‘klein’ een nieuwe dimensie en ze zijn vaak in grote getale aanwezig. In het bos, op de hei, zelfs in je tuin. Het is geen spin. Het is ook geen insect. Het is lid van een heel eigen orde binnen de dierenwereld. Maak kennis met het bolvormig springstaartje.

Bolvormig springstaartje
Met een flits kun je leuke dingen doen. Deze is van onderen geflitst. Fotograaf: Chris Ruijter
Delen

Er zijn enorm veel soorten springstaarten op de wereld. Grofweg kun je ze verdelen in langwerpige en bolvormige springstaartjes. De beesten zijn ontstaan uit de orde der Kreeftachtigen en de gehele orde (Collembola) wordt tegenwoordig gezien als de dieren waaruit later de insecten zijn ontstaan. Voor nu richten we ons op het bolvormig springstaartje en dan met name op de familie Dicyrtomidae. Deze familie heeft een aantal soorten die veel voorkomen en goed te vinden zijn. Daarnaast zijn ze bijzonder fotogeniek!

Dit bolvormig springstaartje is ergens tussen de 0,5 en 1,5mm klein. Ze zijn het hele jaar aanwezig, maar in de winter, als het ontbreekt aan veel ander interessant kleins, lijken ze meer aanwezig en beter vindbaar.

Het is een koddig dier. Met een bol buikje, mooie kleurtjes en ogen als rijpe blauwe druiventrosjes. De tekening van elk dier en elke soort is verschillend, als bij een zebra of giraffe. Een vlekkenpatroon in 50 tinten paars. Sommigen zijn bijna doorschijnend en anderen hebben een purperachtige metaalglans waar zelfs een aubergine jaloers op zou zijn. Ze staan hoog op hun harige pootjes en zijn, als ze niet wegspringen, niet bijzonder snel. Dit springen doen ze trouwens met hun gevorkte staart. Bij het bolvormig springstaartje is dit onder het achterlijf gevouwen en soms zichtbaar vanaf de zijkant. Met één sprong kunnen ze tot ongeveer 6cm ver wegspringen. Dat doen ze als ze worden aangevallen door één van hun vele vijanden. Roofmijten, roofvliegen, (wolf)spinnen en heel veel ander bodemleven heeft springstaart op het menu staan.

Met een beetje mazzel kun je minuscule druppeltjes te zien krijgen op de diertjes.
Met een beetje mazzel kun je minuscule druppeltjes te zien krijgen op de diertjes. Fotograaf: Chris Ruijter

Het springstaartje leeft waar hij eet. Da’s handig met een beperkte actieradius. Als fervent liefhebbers van rottend materiaal en schimmel zijn ze vaak te vinden in de bovenste lagen van de strooisellaag. Ga gewoon maar eens zoeken. In het bos of in je tuin. Een plek waar veel blad op de grond ligt, of waar rottend hout aanwezig is. Bij vochtig weer zijn ze al snel gevonden. Bij wat drogere omstandigheden zullen ze zich verbergen aan de onderzijde van het blad. Als je zo’n blad omdraait, en je hebt een beetje mazzel, zit er al gauw een klein tiental zich stil te houden. Stoïcijns kijken ze voor zich uit en vaak trekken ze zich niks van elkaar aan. Verschillende soorten uit de familie Dicyrtomidae komen gezamenlijk voor en ze laten zich best eenvoudig onderscheiden.

Fototips

Een voorbeeld van een ‘studio’ in het bos om Springstaartjes te fotograferen.
Een voorbeeld van een ‘studio’ in het bos om Springstaartjes te fotograferen. Fotograaf: Chris Ruijter

En dan het meest lastige aspect van de Springstaartjes. Je hebt ze gevonden. Maar nu. Het maken van een foto. Dat kan een échte uitdaging zijn. Sterker nog, die uitdaging bestaat weer uit verschillende uitdagingen!

De eerste uitdaging wordt gevormd uit het feit dat ze zo ontzettend klein zijn. Je hebt al snel behoorlijke vergrotingen nodig om ze überhaupt zichtbaar te maken. Er zijn verschillende manieren om die vergroting te verkrijgen; een macrolens, tussenringen, extenders, omkeerringen, etc. Meer daarover kun je hier en hier  lezen.

Dat wil niet zeggen dat je altijd die maximale vergroting nodig hebt. Ook als je wat verder ‘uitgezoomd’ blijft zijn er mooie dingen te doen met deze beesten! Zoek het dan in lijnen, vormen en composities.

Het licht, of eerder het gebrek aan licht, vormt een tweede uitdaging. Ten eerste vindt je ze vaak op plekken die van zichzelf al donker zijn. En doordat je er behoorlijk dicht op moet zitten met je lens hou je ook op die manier nog eens licht weg van je onderwerp. Verder is je diafragma, voor voldoende scherptediepte, vaak al flink geknepen. Weg licht. Als laatste bepaalt je setup verder hoeveel licht je nodig hebt. Werk je met tussenringen of andere verlengers dan heb je ook daardoor nog eens te maken met lichtverlies.

Werken vanaf rijstzak of statief is, als je niet flitst, een vereiste. Als je wilt gaan flitsen kun je het beste een losse flitser met ‘trigger’ gebruiken. Je kunt deze los van je camera plaatsen en zo een heel dynamische belichting verkrijgen. Wachten op een invallende zonnestraal kan natuurlijk ook en kan voor een verassend effect zorgen.

Een derde uitdaging wordt gevormd door het dier zelf. Ze zijn niet zozeer bang voor jou en je camera, maar meer voor de kans op uitdroging. Dat heeft als effect dat ze zich vaak op plekjes en hoekjes bevinden waar jij niet bij kunt met al je apparatuur. En je zult zien, op het moment dat je ze hebt waar je ze hebben wilt, zij zich beseffen dat het zo out in the open toch wel erg droog is! ‘De wandeling’ is begonnen en je bent kansloos voor het maken van je foto. En je had ze eindelijk gevonden door je zoeker! Wegspringen zullen ze, ondanks hun naam, niet zo heel snel doen. Bij zo’n sprong gaat er veel kostbare energie verloren en het vormt meer een noodmaatregel dan een vorm van bewegen.

Je kunt wegwandelende dieren voorkomen door alles zeer kalm te doen. Pak je bladeren op of draai je houtjes om, doe dit dan zeer rustig en beheerst. Probeer te voorkomen dat ze direct in aanraking komen met zonlicht. Getriggerd door het licht en de warmte zijn ze dan zo vertrokken. Je kunt een vaste opstelling maken waarbij je het dier steeds ongeveer op dezelfde plek kunt plaatsen. Ook kun je zo wat eenvoudiger op ooghoogte komen met het beest waardoor je wat meer personificatie kwijt kunt in je foto. Je kunt er ook voor kiezen om, doordat ze in en om het huis te vinden zijn, ze even naar binnen te halen. In een meer gecontroleerde setting kun je dan proberen je foto’s te maken. Dit wil overigens niet meteen zeggen dat het er makkelijker op wordt! Door het gebruik van Live View kun je gemakkelijker je compositie bepalen en heb je ze sneller gelokaliseerd dan door je zoeker. Probeer daarbij te letten op hoe hard en in welke richting je uitademt. Geen grap! Door de warmte van je adem schrikken ze wakker en zijn ze foetsie.

Verspreidingskaart

Van veel springstaartjes is de verspreiding nog onvoldoende bekend.

 

 

Meer weten?

Wikipedia

Collembola

Waarneming.nl

 

 

En dan nog dit!

Veel soorten Springstaartjes maken gebruik van zogenaamde ‘spermatoforen’. Het is een zaadpakketje op een steeltje en als je mazzel hebt kun je ze tegenkomen bij het fotograferen van deze bijzondere bodemdiertjes.

Deel dit artikel


6
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Henny Pen-de Jong op 15 januari 2017 om 10:25

    Kwam je verhaal bij toeval tegen!
    Leuk…
    Ikzelf hou me ook met het fotograferen van Springstaartjes bezig.
    Ik gebruik nu een oud lensje (van een analoge camera) als omkeerlens op mijn camera en dat werkt buitengewoon goed. Kan nu mooie close ups maken.
    Ik vind het prachtige beestjes…
    Groet, Henny

    1. Hoi Henny,

      wat leuk! Ja een omgekeerde lens werkt erg goed. Heb jij vaak je foto’s bij Vara vroege Vogels staan, kan dat kloppen?

      grt,

      Chris.

  2. Hoi Bianca,

    ik zit zelf vaak rond f/16 voor maximale scherptediepte (nog meer knijpen leidt tot lensfoutjes) en als ik maximale scherpte wil ga ik op f/8 zitten. Ik doe dit met een Pentax F-100mm macro lens op een Tokina 1:1 converter en een set tussenringen, dan kom ik grofweg uit op 2,3:1.

    grt,

    Chris.

  3. Leuk en interessant artikel! Mijn interesse werd al gewekt door het artikel van Noortje, dus maar snel eens op pad!

    1. Zeker doen Erik, ze zijn de moeite waard!

      grt,

      Chris.

  4. Door Bianca Vermeer-Nieuwkerk op 8 januari 2017 om 09:49

    Ik heb met grote interesse zitten lezen, omdat ik ze zelf ook recent heb ontdekt. Inderdaad is het licht het grootste probleem, zeker zonder flitser! Mag ik vragen welk diafragma jij vaak gebruikt in de helemaal scherp te krijgen? En met welke opstelling? Ikzelf gebruik een 2:1 Bresser. Overigens schoot ik gister een foto waar je recht op het buikje kijkt en de gevorkte staart goed kan zien! Dank je voor dit leuke stuk, groetjes Bianca

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *