Menu

Onderdeel van Pixfactory

Stokroossnuitkever

Het ging niet zo goed met mijn stokroos…de bladeren zaten vol gaatjes. Op zoek naar de oorzaak stuitte ik tot mijn verrassing op wonderlijke diertjes die rondkropen op de plant. Grijs met een slurf, het leken wel miniatuur-olifantjes! Nader onderzoek leverde een 18-letterige naam op: stokroossnuitkever. Van dicht bij eigenlijk best een mooi beestje met zijn oranje pootjes. Tijd voor een tuinsafari in de mini-jungle van mijn eigen stokroos!
Stokroossnuitkever
De stokroossnuitkever zorgt voor een boel gezelligheid op de stokroosplant. Fotograaf: Ron Poot

Snuitkevers danken hun naam natuurlijk aan de lange snuit. Die snuit bevat de monddelen en dient om in de plant te boren en er voedsel uit te halen. Sommige snuitkevers zijn schadelijk voor de gewassen. De stokroossnuitkever zorgt wel voor zichtbare beschadigingen aan de stokroos, maar de plant kan zich verder toch gewoon ontwikkelen.

De stokroossnuitkever heeft de langste snuit van allemaal. Met name het vrouwtje, de snuit kan wel net zo lang worden als het hele lijf. De mannetjes hebben een kortere snuit.

Rond juni zie je ze verschijnen op de stokroos. Vooral tussen de knoppen zitten ze graag. Al zijn ze maar 3-4 mm groot, toch vallen ze wel op met hun lange snuit en oranje pootjes.

Stokroossnuitkever
Met wat tegenlicht kun je een spannende silhouetfoto maken. Fotograaf: Ron Poot

Fototips

  • Stokroossnuitkevers zijn heel klein, maar 3-4 millimeter groot. Het beste is een ultra-macrolens die 2 of meer keer vergroot of een ‘gewone’ 1:1 macrolens met tussenringen. De scherptediepte is bij grotere vergrotingen zeer gering. De scherptediepte is te vergroten door het diafragma dicht te draaien (groter f-getal). Voor de opnames in dit artikel is 2,5x vergroting bij f/16 gebruikt.
  • De diertjes zijn best beweeglijk, waardoor je een relatief snelle sluitertijd nodig hebt, liefst 1/125 of meer. Bij zoveel vergroting met klein diafragma is lichtgebrek dan al snel een probleem. Fotograferen bij helder daglicht is één oplossing. Gebruik van extra licht, een flits of led-lamp, is een andere mogelijkheid. Of de ISO opschroeven, met als nadeel dat je veel ruis in je beeld krijgt.
  • De wind kan een spelbreker zijn, maak daarom gebruik van een plamp om de plant stabiel te houden.
  • De snuitkevertjes lopen over de plant, dat vraagt van de fotograaf steeds meebewegen. Statief gebruiken is te star en los uit de hand is vaak te instabiel en geeft veel bewegingsonscherpte. Een tussenoplossing is het gebruik van een bamboestok als steun. Je klemt je fototoestel (eventueel met een elastiek) tegen de stok, ter hoogte van een knoop. Dat voorkomt wegglijden. Zo kun je gemakkelijk heen en weer bewegen maar ook omhoog en omlaag.
  • Het vraag veel geduld en veel mislukte opnames voordat je enig resultaat hebt. Je merkt dat de diertjes het na een tijdje ook zat worden en zich meer schuil houden. Gewoon even een half uur pauze nemen, de spieren strekken en terugkomen. Dan zijn de snuitjes weer terug en alles is vergeven en vergeten.
  • Je kunt studio opnames maken door een paar diertjes te vangen en in een glazen (petri)schaal te zetten. Als je het schaaltje even donker afdekt met een stuk karton worden ze rustig. Na een tijdje voorzichtig het karton weghalen en met een beetje geluk blijven ze even rustig zitten. Dat geeft de gelegenheid voor een paar foto’s, die je vanaf statief kunt nemen door het glas heen. Daarna kun je de beestjes weer de vrijheid geven.
  • De nabewerking vraagt wel wat aandacht. Bij dicht diafragma zijn eventuele sensorvlekken goed zichtbaar als zwarte puntjes. Die kun je wegklonen. Bij gebruik van een hoog ISO getal heb je veel ruis. In de betere bewerkingsprogramma’s is dit goed weg te werken.
  • Bij zonlicht ontstaan soms schitteringen met kleureffecten in de haartjes op de dekschilden. Om deze weg te werken kun je het onderdeel selecteren en de moiré-schuif gebruiken om het effect te verminderen (Lightroom).
Stokroossnuitkever
Op de rand van een petrischaaltje. De glasrand geeft nog een aardig patroon in het beeld. Fotograaf: Ron Poot

Leefomgeving

Leeft uitsluitend op stokrozen.

Vindtijd

Mei – juli

Meer weten?

Bescherming

Niet wettelijk beschermd

Kwetsbaarheid

Niet kwetsbaar

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

De stokroossnuitkever is geen inheemse soort, maar afkomstig uit Zuid-Europa en Azië. Pas sinds 1993 komt de soort voor in Nederland. Waarschijnlijk is het beestje meegekomen met plantentransport. Hij voelt zich hier kennelijk prima thuis want het kevertje heeft zich enorm uitgebreid en komt nu overal algemeen voor op stokrozen.

2 reacties

  1. Wat een fantastische serie foto’s! Je geduld is meer dan beloond, Ron. En een duidelijke uitleg hoe ik mijn net aangeschafte super-macrolens in kan zetten. Gebruik van een bamboestok is ook iets om te onthouden. Bedankt voor het mooie artikel!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

2 reacties

  1. Wat een fantastische serie foto’s! Je geduld is meer dan beloond, Ron. En een duidelijke uitleg hoe ik mijn net aangeschafte super-macrolens in kan zetten. Gebruik van een bamboestok is ook iets om te onthouden. Bedankt voor het mooie artikel!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: