Menu

Onderdeel van Pixfactory

Alles wat je moet weten over macrofotografie

Macrofotografie is één van de meest beoefende vormen van natuurfotografie.
Macrofotografie is één van de meest beoefende vormen van natuurfotografie. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

In dit artikel lees je alles wat je moet weten over macrofotografie in de natuur. Bovendien vind je in de tekst talloze links naar artikelen op de website waar je nog veel meer over macrofotografie te weten kan komen. Als je dit artikel en alle gerelateerde links hebt gelezen weet je bijna alles wat je moet weten om zelf de allermooist macrofoto’s te kunnen maken.

Inhoudsopgave

Dit is een lang artikel, waarin je alles kunt vinden wat je wilt weten over natuurfotografie. Voor het overzicht vind je hier een inhoudsopgave naar de verschillende hoofdstukken in dit artikel.

Wat is macrofotografie?

Voor macrofotografie zijn er eigenlijk twee definities: de officiële definitie en de gangbare definitie. Waar de officiële definitie een technische beschrijving is over wat macrofotografie werkelijk betekent, laat de gangbare definitie laat zien wat de meeste mensen onder macrofotografie verstaan.

De officiële definitie van macrofotografie

De officiële definitie van macrofotografie is een technisch verhaal dat ik even moet uitleggen.

Officieel spreek je pas van macrofotografie als de weergave van het onderwerp op de sensor minimaal even groot is als het echte formaat van het onderwerp. Je hebt het dan over een afbeeldingsmaatstaf of vergrotingsfactor van 1:1. Laten we even een voorbeeld erbij pakken om het duidelijk te maken.


In dit voorbeeld heeft het oranjetipje een vleugellengte van ongeveer 20mm. Wanneer je een foto maakt waarop de hele vlinder en een deel van de bloem staat heeft dit in het echt een formaat van ongeveer negen centimeter. Dit leg je vast met een sensor die ongeveer 22mm. groot is. Het origineel is dus ongeveer vier keer zo groot als de weergave op de sensor. We spreken nu van een afbeeldingsmaatstaf van 1:4. Dit is officieel geen macrofoto, maar een close-up. We gaan door naar het volgende voorbeeld.


In het tweede voorbeeld hebben we de camera dichter bij de vlinder gezet. Hierdoor komt de vlinder groter in beeld. Sterker nog, we hebben de camera zo dicht bij de vlinder gezet dat hij niet eens meer helemaal op de foto past. Als we nu afdrukken hebben we een (deel van het) onderwerp wat in het echt 22mm groot is, ook 22mm groot op de sensor weergegeven. De afbeeldingsmaatstaf is nu dus 1:1. Vanaf hier begint volgens de officiële definitie macrofotografie.

Maar wat gebeurt er als we nog dichterbij komen met de camera?

We zitten nu zo ongeveer bovenop de vlinder met de voorkant van de lens. We vullen nu de complete sensor met slechts 1cm. van het onderwerp. Het onderwerp wordt nu dus twee keer zo groot op de sensor weergegeven als dat het eigenlijk is. We spreken dus van een afbeeldingsmaatstaf van 2:1, we spreken hierbij van extreme macrofotografie. Als we nog verder gaan komen we in het bereik van de microfotografie. Met microfotografie kun je vergrotingen krijgen tot wel 60x. Hiervoor heb je dan wel hele specialistische apparatuur nodig.

Volgens de officiële definitie van macrofotografie moet je onderwerp dus minimaal even groot zijn als het wordt weergegeven op de sensor. Een onderwerp van 1 centimeter groot moet dus ook minimaal 1 centimeter groot op de sensor worden afgebeeld. Hoe groot je de foto later op je beeldscherm ziet of laat afdrukken heeft er dus niets mee te maken.

De gangbare definitie van macrofotografie

Het is natuurlijk heel goed om de technische definitie van macrofotografie te kennen, maar in de praktijk zul je merken dat het niet zo nauw wordt genomen. De vergrotingsfactor hoeft niet 1:1 te zijn voordat een foto tot de categorie macro wordt gerekend. In de praktijk wordt eigenlijk iedere foto van een klein onderwerp een macrofoto genoemd. Of het nou een insect, een bloem, een paddenstoel of een ander klein organisme is. Hierbij moet ik wel opmerken dat dit geen officieel vastgestelde definitie is en dat iedereen er net iets anders over kan denken.

Hoewel een afbeeldingsmaatstaf van 1:1 bij lange na niet wordt gehaald valt deze foto voor de meeste fotografen toch onder de categorie macrofotografie.
Hoewel een afbeeldingsmaatstaf van 1:1 bij lange na niet wordt gehaald valt deze foto voor de meeste fotografen toch onder de categorie macrofotografie. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

 


Wil je meer weten over de informatie in dit hoofdstuk, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Wat is macrofotografie?
Wat is afbeeldingsmaatstaf?
Extreme macrofotografie met Paulien Bunskoek (3-delige tutorial)
Macrofotografie met Judith Borremans (3-delige tutorial)


 

Het materiaal

Nu je weet wat macrofotografie is ga ik wat dieper in op de verschillende materialen die je nodig hebt.

Zoals je net hebt gelezen moet je heel dicht bij je onderwerp komen om een macrofoto te maken. De meeste objectieven kunnen zo dichtbij echter niet meer scherpstellen. Je hebt dus een manier nodig om dichter bij je onderwerp te kunnen komen. De meest gebruikte manier is met een speciale macrolens, maar er zijn nog meer opties. Ik noem er een aantal.

De macrolens

In wezen is een macrolens niet heel verschillend ten opzichte van een ander objectief. Het grootste verschil is dat de kortste scherpstelafstand van een macrolens veel kleiner is dan bij een gewone lens. Hierdoor kun je dus veel dichter bij je onderwerp scherpstellen.

Veel objectieven hebben tegenwoordig de aanduiding ‘macro’, hoewel het geen echte macrolenzen zijn. Ze kunnen vaak wel redelijk dichtbij scherpstellen en zijn ook prima geschikt om bloemen en vlinders te fotograferen, maar eigenlijk zijn het geen echte macrolenzen. Met een echte macrolens kun je een afbeeldingsmaatstaf van minimaal 1:1 halen. Meestal hebben echte macrolenzen een vaste brandpuntsafstand en zijn ze heel lichtsterk.

Tegenwoordig zijn er ook verschillende lenzen op de markt die een vergrotingsfactor van meer dan 1:1 halen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan veel van de objectieven van LAOWA, of het MP-E 65mm objectief van Canon. Deze lenzen halen soms wel een vergroting tot 5:1.

De macrovoorzetlens

Een macrovoorzetlens is een filter dat je op een normaal objectief schroeft. Hiermee verkort je de minimale scherpstelafstand van die lens. Een macrovoorzetlens werkt als een vergrootglas dat je voor een gewone lens plaatst.

Het voordeel van een voorzetlens is dat ze een stuk goedkoper zijn dan een macrolens. Maar het heeft natuurlijk ook nadelen. Doordat je een extra lenselement aan je objectief toevoegt krijg je enig kwaliteitsverlies en met een voorzetlens erbij kun je ook niet meer op oneindig scherpstellen.

Tussenringen

Een tussenring is eigenlijk een holle buis die je tussen je objectief en je camera monteert. Hierdoor verschuif je het scherpstelbereik en kun je dichter op je onderwerp scherpstellen. Net als met een voorzetlens is het grote voordeel dat de aanschafprijs een stuk lager is dan voor een macrolens, maar ook tussenringen hebben hun nadelen.

Het grootste nadeel van tussenringen is het lichtverlies, dit wel kan oplopen tot meer dan twee stops. En bij het gebruik van tussenringen verlies je ook de mogelijkheid om op oneindig scherp te stellen.

Andere opties

Er zijn nog verschillende andere mogelijkheden om een normaal objectief om te toveren in een macro-objectief. Zo heb je bijvoorbeeld een balg of omkeerringen. Deze opties zijn echter veel minder populair dan het gebruik van een voorzetlens of tussenringen.

Macrofotografie zonder macrolens

Zoals ik al heb vermeld is de gangbare definitie van macrofotografie wat ruimer dan de afbeeldingsmaatstaf van 1:1 en vallen bijna alle foto’s van kleine onderwerpen onder de noemer macro. Dus vaak heb je niet per se een macrolens nodig. Met een gemiddelde telelens of zoomlens kun je vaak al prima uit de voeten voor bijvoorbeeld vlinders of libellen. Dit geldt zeker als je een beetje van de omgeving wilt meenemen in het beeld.

Het bovenstaande geldt voor spiegelreflex- en systeemcamera’s. Bij compact camera’s en telefooncamera’s heb je vaak een ingebouwde macrofunctie om dicht op je onderwerp te kunnen scherpstellen. Ook zijn er voor veel modellen macrovoorzetlenzen beschikbaar.

Naast de materialen die je nodig hebt om dicht bij je onderwerp te kunnen scherpstellen zijn er veel extra accessoires die je als fotograaf kan gebruiken om gemakkelijk mooie macrofoto’s te maken. Verderop in dit artikel kom ik hier nog op terug. Maar eerst wil ik je meer vertellen over een ander belangrijk onderwerp voor macrofotografen en dat is scherptediepte.

 


Wil je meer weten over de materialen die je nodig hebt voor natuurfotografie, lees dan ook eens de volgende artikelen.

Welke brandpuntsafstand kies je voor een macrolens?
Wat is een voorzetlens?
Wat is een macro balg?
Macrofotografie zonder macrolens (3-delige tutorial)
Hulpmiddelen macrofotografie (2-delige tutorial)
Wat kun je met tussenringen?
Het Canon MP-E 65 objectief


 

Macrofotografie: Het eeuwige gevecht met de scherptediepte

Bij iedere foto is altijd maar één vlak echt scherp en dat is je scherpstelvlak. Wanneer je met de camera scherpstelt op een punt dat precies een meter van je camera verwijderd is, dan is niet alleen dat ene punt scherp, maar alles wat precies een meter van je camera verwijderd is komt scherp op de foto (het scherpstelvlak is hierdoor dus eigenlijk niet een recht vlak, maar loopt bol).

Alleen de onderwerpen die precies op het scherpstelvlak liggen zijn echt haarscherp. Hoe verder een onderwerp van dit scherpstelvlak verwijderd is, hoe onscherper het wordt. Er is echter een gebied waarbinnen de onscherpte zo klein is dat het niet te zien is. Hierdoor lijkt dat gebied op de foto nog steeds scherp. Dit gebied noemen we de scherptediepte (in het Engels Depth of Field, soms afgekort tot DoF.) Deze scherptediepte is niet even groot aan de voorkant en aan de achterkant van je scherpstelvlak. 1/3e van de scherptediepte ligt voor het scherpstelvlak en 2/3e ligt er achter, zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven.

De scherptediepte is geen vaste waarde, maar wordt beïnvloed door verschillende factoren. De drie belangrijkste factoren zijn:

De brandpuntsafstand

Bij een kleine brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 18mm) heb je een grotere scherptediepte dan bij een langere brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 200mm). Daarom is bij een landschapsfoto vaak het hele beeld van voor tot achter scherp, terwijl je bij een foto met een telelens al snel een wazige achtergrond krijgt.

De scherpstelafstand

Wanneer je een hele grote scherpstelafstand hebt is de scherptediepte veel groter dan bij een korte scherpstelafstand. Dit is opnieuw een reden waarom je bij landschapsfotografie zoveel scherptediepte hebt. Je stelt vaak scherp op een aantal meter van de camera af. Bij macrofotografie is de scherpstelafstand vaak niet veel meer dan dertig centimeter. Hierdoor is de scherptediepte bij macrofotografie zo klein, soms maar een paar millimeter. Dit wordt nog eens versterk omdat de meeste macrolenzen een wat langere brandpuntsafstand hebben, gemiddeld rond de 100mm.

Het diafragma

De laatste belangrijke factor voor de scherptediepte is het diafragma dat je instelt. Bij een groot, open diafragma (een klein diafragmagetal) is de scherptediepte heel klein. Met een klein, gesloten diafragma (een groot diafragmagetal) is de scherptediepte een stuk groter.

Bij een groot diafragma (f/2.8) is de scherptediepte zo klein dat niet eens de hele paddenstoel scherp is. bij een klein diafragma (f/29) wordt er in de achter- en voorgrond zoveel scherp dat het afleidt van het onderwerp.
Bij een groot diafragma (f/2.8) is de scherptediepte zo klein dat niet eens de hele paddenstoel scherp is. bij een klein diafragma (f/29) wordt er in de achter- en voorgrond zoveel scherp dat het afleidt van het onderwerp. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

Werken met een kleine scherptediepte

Bij macrofotografie werk je altijd met een kleine scherpstelafstand en de meeste macrolenzen hebben een lange brandpuntsafstand (meestal tussen de 90mm en 150mm). Zoals je net hebt kunnen lezen zijn dit twee factoren die zorgen voor een kleine scherptediepte.

Door de kleine scherpstelafstand en lange brandpuntsafstand werk je bij macrofotografie vaak met een hele kleine scherptediepte.
Door de kleine scherpstelafstand en lange brandpuntsafstand werk je bij macrofotografie vaak met een hele kleine scherptediepte. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

Wil je meer scherptediepte, dan moet je het diafragma verder sluiten. Het is echter niet altijd zo simpel als dat. Een gesloten diafragma betekent dat er minder licht op je sensor komt. Om dat te compenseren moet je dus een langere sluitertijd of een hogere ISO instellen. Een hogere ISO leidt tot meer ruis en een langere sluitertijd leidt tot meer onscherpe foto’s. En dat wil je ook niet hebben.

Zo ben je als macrofotograaf bij iedere foto dus opnieuw aan het zoeken naar de ideale balans tussen scherpte (sluitertijd), scherptediepte (diafragma) en ruis (ISO).

Omdat je bij iedere onderwerp andere omstandigheden hebt, is er geen ‘gouden regel’ voor de camera-instellingen die je kan volgen om in iedere situatie de mooiste foto te maken. Bovendien heeft iedere fotograaf een andere smaak en een andere stijl. Waar de ene fotograaf graag het onderwerp helemaal scherp wil hebben, vindt een andere fotograaf het juist mooi om met een kleine scherptediepte te spelen.

 


Wil je meer weten over scherptediepte, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Wat is DoF?
Scherptediepte en macro bij voorjaarsbloeiers
Creatief gebruik van scherptediepte in de natuurfotografie
Vage achtergronden
Wat is focus stacking?
Focus stacking


 

De juiste instellingen voor macrofotografie

Wil je echt mooie macrofoto’s maken, dan fotografeer je natuurlijk niet op de automatische stand. Veel camera’s hebben verschillende presets die worden aangegeven met icoontjes, waaronder het welbekende icoontje van de tulp voor macrofoto’s. Ook deze stand is niet ideaal. De mooiste foto’s maak je door zelf de controle over de belichting in handen te nemen. Maar welke stand kies je dan?

Fotograferen in de diafragmavoorkeuzestand (A of Av)

Het mag ondertussen duidelijk zijn dat het bij macrofotografie belangrijk is om controle te hebben over de scherptediepte van je foto’s. En het belangrijkste wapen dat je hebt in de strijd om de scherptediepte is je diafragma. Veel macrofotografen kiezen er daarom voor om de camera in de diafragmavoorkeuzestand te zetten. Bij de meeste merken wordt deze stand aangegeven met de letters A of Av.

In deze stand kies je zelf het diafragma en bepaalt de camera welke sluitertijd en ISO-waarde daarbij horen om een goed belichte foto te maken. Let er bij het fotograferen wel goed op dat de sluitertijd nog snel genoeg is om een scherpe foto te krijgen.

Om ervoor te zorgen dat de camera de ISO-waarde niet te hoog instelt, waardoor je veel ruis krijgt. Kun je deze het beste ook handmatig instellen. Bij veel moderne camera’s kun je voor de automatische ISO ook een bereik aangeven, zodat de camera binnen de vastgestelde waardes blijft.

Fotograferen in de manuele stand (M)

Wil je nog meer controle over de belichting van de foto, dan kun je kiezen voor de manuele stand. Hierbij kies je niet alleen het diafragmagetal, maar ook de sluitertijd handmatig. Door beide variabelen zelf in te stellen heb je optimale controle over de belichting van je camera en maak je veel bewustere afwegingen over de belichting van de foto. Ook is het in de M-stand gemakkelijk om de belichting aan te passen als je een beetje wilt overbelichten of onderbelichten.

Het vereist wel enige oefening om snel en effectief in de M-stand te kunnen werken, maar als je het eenmaal onder de knie hebt geeft de M-stand je de meeste controle over de belichting.

 


Wil je meer weten over de instellingen van je camera, lees dan ook eens de volgende artikelen:

PSAM, de belichtingsinstelling
Wat is auto ISO?
Wat is de belichtingsdriehoek?


 

Scherpstellen bij macrofotografie

Omdat je onderwerpen vaak heel klein zijn en je heel dicht bij je onderwerp komt, is scherpstellen een andere uitdaging bij macrofotografie. Je hebt net al kunnen lezen dat je scherptediepte soms maar enkele millimeters groot is. Het is dan belangrijk om ervoor te zorgen dat die scherpte precies op het juiste punt komt te liggen.

De automatische scherpstelling van de meeste camera’s is niet nauwkeurig genoeg om zo precies scherp te stellen. De meeste macrofotografen kiezen er daarom voor om de controle zelf in de hand te nemen. Door handmatig scherp te stellen heb je veel meer controle over de focus in je foto’s.

Als je gewend bent om de autofocus te gebruiken kan het even wennen zijn om handmatig scherp te stellen. Maar met een beetje oefenen raak je er al snel aan gewend. Bovendien zijn veel camera’s tegenwoordig uitgerust met focus peaking of focus guiding, waardoor het steeds gemakkelijker wordt om te zien waar de focus van de foto precies ligt.

Bij het manueel scherpstellen is het ook handig om gebruik te maken van de live view van je camera. Door met de live view in te zoomen kun je heel nauwkeurig zien waar de scherpte van de opname komt te liggen. Deze manier van werken vereist wel dat je onderwerp niet te veel beweegt, want het is een vrij trage manier van scherpstellen.

 


Wil je meer weten over handmatig scherpstellen bij macrofotografie, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Tips voor het handmatig scherpstellen bij macrofotografie
Scherpstellen met behulp van LiveView
Tips bij handmatig scherpstellen (3-delige tutorial)


 

Macrofotografie: Op zoek naar het licht

Eén van de belangrijkste voorwaarden voor macrofotografie is licht. En dan heb ik het niet alleen over de hoeveelheid licht, maar ook over de hoedanigheid van het licht. Beide aspecten van het licht wil ik graag los van elkaar bespreken.

De kwantiteit van het licht

Zonder licht is fotografie niet mogelijk. En voor macrofotografie bevat die stelling nog meer waarheid dan voor andere vormen van natuurfotografie. Bij macrofotografie ben je namelijk constant op zoek naar extra licht. Meer licht betekent namelijk dat je een kleinere diafragma-opening kan instellen en dus meer scherptediepte hebt.

De hoeveelheid licht lijkt een vaststaand gegeven. Er is geen knopje om de zon even feller te laten schijnen zodat jij een foto kan maken met F10. Toch heb je wel mogelijkheden om de hoeveelheid licht op je onderwerp aan te passen. Er zijn verschillende accessoires die je als macrofotograaf kunt gebruiken om meer licht te krijgen. Denk maar eens aan een flitser, LED-paneel, zaklamp of reflectiescherm.

Het gebruik van kunstlicht om meer licht op te wekken kost wel enige oefening. Als je het verkeerd aanpakt ziet het eindresultaat er heel lelijk en onnatuurlijk uit. Maar je kan er ook hele mooie en creatieve effecten mee bereiken.

Door gebruik te maken van kunstlicht kun je creatieve effecten bereiken.
Door gebruik te maken van kunstlicht kun je creatieve effecten bereiken. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

In het volgende hoofdstuk vind je een overzicht van enkele van de meest gebruikte accessoires binnen de macrofotografie.

De kwaliteit van het licht

Wil je foto’s maken die de kijker echt raken, dan kun je het beste proberen om een sfeerfoto te maken. Om dit voor elkaar te krijgen moet je er niet alleen op letten dat je onderwerp goed op de foto staat, maar je moet er ook voor zorgen dat je mooi licht hebt. En het allermooiste licht heb je vaak in de ‘gouden’ uurtjes, als de zon net boven de horizon staat. Het zonlicht heeft dan een warme, oranjerode tint. Bovendien is het licht dan ook veel zachter dan rond het middaguur.

Tijdens het gouden uurtje zorgt het warme licht voor extra sfeer in je foto’s.
Tijdens het gouden uurtje zorgt het warme licht voor extra sfeer in je foto’s. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

Ook de richting van het licht is heel belangrijk voor de sfeer van de foto. Tegenlicht of strijklicht geven vaak een heel andere sfeer dan frontaal licht op je onderwerp. Frontaal licht kan er vaak nogal vlak en oninteressant uitzien. Met strijklicht kun je de nadruk leggen op vorm en structuur. En tegenlicht is vaak het meest dramatisch.

Wil je echt een sfeervolle foto maken, dan is het licht belangrijker dan het onderwerp. Probeer daarom het licht te fotograferen en niet het onderwerp. Dit klinkt misschien als een tegenstrijdig advies, je wilt tenslotte je onderwerp zo mooi mogelijk op de foto zetten. Maar vaak bereik je dit eerder door je te concentreren op het licht. Zo kun je ervoor kiezen om je onderwerp voor een lichte vlek in de achtergrond te plaatsen, zodat je het onderwerp als het ware in het spotlicht zet. Of kies voor mooi warm tegenlicht.

Door de juffer precies voor de lichte vlekken in de achtergrond te plaatsen steekt de juffer mooi af tegen de achtergrond. Het standpunt, de compositie en de belichting zijn aangepast aan het licht en niet aan het onderwerp. Je ziet niet eens meer wat voor juffer het precies is, en dat maakt ook niet uit.
Door de juffer precies voor de lichte vlekken in de achtergrond te plaatsen steekt de juffer mooi af tegen de achtergrond. Het standpunt, de compositie en de belichting zijn aangepast aan het licht en niet aan het onderwerp. Je ziet niet eens meer wat voor juffer het precies is, en dat maakt ook niet uit. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

 


Wil je meer informatie over de invloed van licht op macrofotografie, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Gebruik van licht in de macrofotografie
Alles over tegenlicht (3-delige tutorial)
Wat is strijklicht?
Onderwerp in de spotlight


 

De beste accessoires voor macrofotografie

Om jou te helpen de mooiste macrofoto’s te maken zijn er veel verschillende hulpmiddelen en accessoires op de markt. Deze accessoires lossen veel van de problemen op waar je als fotograaf tegenaan loopt. Ik zal de belangrijkste bespreken:

Een statief

Sommige natuurfotografen fotograferen bij voorkeur uit de hand. Fotograferen vanaf een statief maakt je trager en minder wendbaar. Toch is er ook een grote groep macrofotografen die het liefst een statief gebruiken. Het grote voordeel van een statief is dat het de beweging van de camera neutraliseert. Met een statief kun je ook met langere sluitertijden nog scherpe foto’s maken.

Niet ieder statief is even geschikt voor macrofotografen. Een belangrijk vereiste is dat je met het statief zo laag mogelijk bij de grond moet kunnen fotograferen. Bij sommige statieven kun je de poten helemaal plat klappen. Maar soms is dat nog niet eens voldoende. Bij andere statieven kun je de middenzuil kantelen of ondersteboven in het statief monteren. Daardoor kun je echt tot op de grond komen met je camera.

Wil je echt heel erg laag bij de grond komen, dan kan het ook helpen om je camera voor de stabiliteit op een zogenaamde rijstzak te leggen.

Een flitser

Om een klein diafragma in te kunnen stellen en toch een redelijke sluitertijd over te houden heb je veel licht nodig. Een flitser biedt dan uitkomst. Deze levert een grote hoeveelheid extra licht wanneer je dat nodig hebt.

Omdat je heel dicht op je onderwerpen zit is de ingebouwde flitser van de camera of een standaard reportageflitser vaak niet geschikt. Voor macrofotografie zijn speciale macroflitsers en ringflitsers te koop. Deze geven het licht voor bij de lens, waar jij het nodig hebt. Het nadeel van flitslicht is dat het lastig is om de flitsintensiteit goed in te regelen, zodat het resultaat er natuurlijk (en niet platgeflitst) uitziet.

Een zaklamp of LED-paneel

Naast een flitser kun je ook gebruik maken van een zaklamp of LED-paneel. Vaak zijn deze niet zo krachtig als een flitser maar ze hebben wel andere voordelen. Zo zijn ze flexibeler in het gebruik, omdat je ze gemakkelijker kan laten schijnen waar jij wilt dat het licht vandaan komt. Bovendien is het continulicht waardoor je op de live view of door de zoeker al precies kan zien wat het effect is van het licht. Daarnaast kun jij bij sommige van de betere LED-panelen ook de intensiteit en zelfs de kleur van het licht instellen.

Een witte paraplu

Meestal wil je als natuurfotograaf meer licht hebben, maar soms kan het ook teveel zijn. In fel zonlicht krijg je soms hinderlijke schitteringen. Zo kan de huid van een kikker of het dekschild van een kever de zon reflecteren als storende puntlichten op je onderwerp. In zulke gevallen kan een witte paraplu uitkomst bieden. Je plaatst de paraplu tussen je onderwerp en de zon. Hierdoor voorkom je die vervelende weerkaatsingen.

Daarnaast kun je de witte paraplu ook gebruiken om het contrast tussen je onderwerp en de achtergrond te vergroten.

Een reflectiescherm

Een goedkoop en veelzijdig accessoire voor macrofotografie is een 5-in-1 reflectiescherm. Deze kun je op verschillende manieren inzetten. Je kan er het zonlicht mee terugkaatsen naar het onderwerp en zo extra licht krijgen. Ook kun je het scherm gebruiken als achtergrond voor een low- of high key opname. En tenslotte kun je ze ook nog gebruiken als een alternatief voor de witte paraplu om hinderlijke schitteringen op je onderwerp weg te nemen.

Een afstandsbediening

Afstandsbedieningen voor je camera heb je in veel verschillende soorten, van een simpele draadontspanner tot apps waarbij je via wifi je camera kan bedienen. Welke afstandsbediening je ook gebruikt, het doel blijft altijd hetzelfde: Doordat je de camera niet aanraakt tijdens het afdrukken heb je ook geen trillingen. Bij lange sluitertijden geeft dit nog wat extra zekerheid op scherpe foto’s.

Een macro focussing rail

Een macro focussing rail of scherpstelslede is een mechanisme dat je tussen je statief en de camera monteert. Hiermee kun je heel precies de afstand tussen je onderwerp en de camera instellen. Omdat het scherpstellen bij macrofotografie zo nauwkeurig moet gebeuren, is dit een heel handig hulpmiddel. Bovendien is het onmisbaar als je aan de slag wilt gaan met focus stacking.

Een plamp

Een plamp is eigenlijk niet meer dan een flexibele arm met aan beide kanten een klem. De ene kant bevestig je aan je statief en de andere kant aan een bloem of plant. Zodoende is je onderwerp een beetje beschermd tegen de invloeden van de wind en kun je met langere sluitertijden werken.

Er zijn nog veel meer accessoires die je kan gebruiken bij macrofotografie, maar in het voorgaande overzicht zijn de meest gebruikte hulpmiddelen wel genoemd.

 


Wil je meer weten over accessoires voor macrofotografie, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Het nut van een statief
Creative Light: het mysterie van paddenstoelen in het donkere bos
Godox M1: dat stomme lampje(?)
De witte paraplu: onmisbaar voor macrofotografie
Hoe gebruik je een reflectiescherm?
Afstandsbedieningen voor je camera: een ontspannend verhaal
Hoe werkt de macro focussing rail of macro slider?
Wat is een plamp?
Een laag-bij-de-gronds onderwerp: de hoekzoeker


 

Macrofotografie in de praktijk

Er is natuurlijk veel te vertellen over de techniek en theorie van macrofotografie, maar het is tijd dat ik je wat meer ga vertellen over het fotograferen in het veld. Dit ga ik doen aan de hand van de drie meest gefotografeerde macro-onderwerpen: bloemen, insecten en paddenstoelen. Maar eerst ga ik je uitleggen wat één van de belangrijkste uitgangspunten van macrofotografie in de natuur is.

Macrofotografie in de natuur

Macrofotografie is natuurlijk niet exclusief het domein van de natuurfotograaf. Eigenlijk overal waar je details hebt kun je een macrofoto maken. Of het nu gaat om waterdruppels, technische details of gewone huishoudelijke voorwerpen, alles is mogelijk. Toch worden veel macrofotografen aangetrokken door de schoonheid van de natuur. Die schoonheid is tegelijkertijd een zegen en een valkuil.

De natuur is prachtig. De kleurrijke bloemen, de bijzondere wereld van de insecten en de mysterieuze paddenstoelen: Ze hebben allemaal hun aantrekkingskracht. En allemaal zijn ze op hun eigen manier bijzonder om te zien. Als je een foto maakt van zo’n fraai onderwerp zit je dus al snel goed zou je denken.

Maar een foto maken van een mooi onderwerp wil nog niet zeggen dat het ook een mooie foto is. Dit is de valkuil waar veel natuurfotografen intrappen. Het is niet voldoende om een foto te maken van een prachtige koninginnenpage. Dat is niet jouw verdienste, die vlinder is al mooi. Het is jouw taak als fotograaf om er een foto van te maken die de schoonheid van dat onderwerp versterkt. Hiervoor heb je verschillende mogelijkheden: gebruik de omgeving, gebruik het licht, kies een krachtige compositie en speel met de belichting. Als fotograaf heb jij de regie.

Je onderwerp is al mooi van zichzelf. gebruik het licht, de compositie en zelfs de omgeving om er ook een mooie foto van te maken.
Je onderwerp is al mooi van zichzelf. Gebruik het licht, de compositie en zelfs de omgeving om er ook een mooie foto van te maken. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

De drie meest voorname onderwerpen binnen de macrofotografie in de natuur zijn bloemen, paddenstoelen en insecten. Alle drie prachtige onderwerpen met hun eigen mogelijkheden, maar ook met hun eigen technieken en trucjes. Ik zal even kort over deze onderwerpen vertellen en waar de kansen en valkuilen liggen.

Bloemen fotograferen

Bloemen zijn niet voor niets veel gefotografeerde onderwerpen. Met hun mooie vormen en prachtige kleuren wordt iedereen vrolijk van bloemen. Bovendien zijn het gemakkelijke onderwerpen om te fotograferen. Je kan ze bijna overal vinden en ze vliegen niet weg zoals vlinders doen. Het zijn daarom ook ideale onderwerpen voor de beginnende macrofotograaf.

Omdat ze niet kunnen weglopen of -vliegen heb je bij bloemen alle tijd nemen om ze te fotograferen. Bekijk ze eerst van alle kanten voordat je beslist vanaf welke kant je ze wilt fotograferen. Let hierbij op de richting van het licht, storende elementen in de achtergrond en mogelijke composities.

Let bij het fotograferen van bloemen altijd op de voorgrond en de achtergrond van de foto. Zorg ervoor dat er geen storende elementen in het beeld zitten.
Let bij het fotograferen van bloemen altijd op de voorgrond en de achtergrond van de foto. Zorg ervoor dat er geen storende elementen in het beeld zitten. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

Voor het mooiste effect fotografeer je vanaf de hoogte van het bloemhoofd. Vaak is dit ook het punt waarop je scherpstelt.

De eerste bloemen die je ieder jaar kan fotograferen zijn sneeuwklokjes, enkele weken later gevolgd door speenkruid en bosanemonen. Daarna barst de lente los en kun je jezelf tot in de late herfst uitleven met het fotograferen van verschillende soorten bloemen.

 


Wil je meer informatie over het fotograferen van bloemen, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Hoe fotografeer je bloemen?
Hoe fotografeer je orchideeën?


 

Paddenstoelen fotograferen

Paddenstoelen zijn net iets lastiger te fotograferen dan bloemen. Dat komt voornamelijk omdat bloemen in het veld bloeien en paddenstoelen in het bos staan. Tussen de bomen heb je eigenlijk altijd schaduw. Om een beetje een fatsoenlijke scherptediepte te krijgen moet je vaak met hele lange sluitertijden werken. Het voordeel van paddenstoelen fotograferen is wel dat je in het bos weinig wind hebt en dat een paddenstoel ook een stuk steviger is dan een bloem. Hierdoor is het vaak niet erg om met langere sluitertijden te werken, mits je jouw camera bewegingsloos kan opstellen.

Paddenstoelen zijn ideale onderwerpen om nieuwe, creatieve technieken uit te proberen, zoals het gebruik van flitser, LED-licht of het creatief gebruiken van de kleurtemperatuur.

Paddenstoelen geven je de mogelijkheid om nieuwe technieken te oefenen, zoals het gebruik van een LED-paneel.
Paddenstoelen geven je de mogelijkheid om nieuwe technieken te oefenen, zoals het gebruik van een LED-paneel. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

Hoewel paddenstoelen het hele jaar door te vinden zijn, is de herfst natuurlijk het allerbeste moment om ze te fotograferen. Paddenstoelen kun je vanaf eind augustus tot de eerste matige vorst overal tegen komen, met een explosie in oktober. Dit is wel een beetje afhankelijk van de neerslag, want paddenstoelen hebben vocht nodig. Als het een paar dagen flink heeft geregend schieten ze als… je snapt me wel.

 


Wil je meer informatie over het fotograferen van paddenstoelen, lees dan ook eens de volgende artikelen:

Hoe fotografeer je paddenstoelen?
12 smaakvolle recepten voor het fotograferen van paddenstoelen


 

Insecten fotograferen

Als het je lukt om een prachtige foto te maken van een insect geeft dat een enorme kick. Alleen valt het niet altijd mee om dit te doen. Insecten zijn lastige dieren om te fotograferen. Als je te dicht bij een vlinder of libel in de buurt komt vliegt hij meteen weg. Door laag te blijven en langzaam te bewegen vergroot je de kans dat het insect blijft zitten, maar de meeste fotografen kiezen ervoor om ’s morgensvroeg op pad te gaan.

Insecten zijn koudbloedige dieren. En als het vroeg in de ochtend nog fris is, dan kunnen de insecten nog niet vliegen en zijn ze veel gemakkelijker te benaderen. Andere bijkomende voordelen van zo’n ochtendsessie is dat het ’s morgens vaak minder winderig is. Je hebt het mooie licht van de opkomende zon en met een beetje geluk zijn de insecten bedekt met dauw. Deze ingrediënten zorgen ervoor dat macrofotografen vaak al vroeg in de ochtend in het veld te vinden zijn. Het nadeel van deze aanpak is dat insecten zich prima kunnen verstoppen in de begroeiing en daardoor vaak lastig te vinden zijn.

Veel macrofotografen gaan ’s morgensvroeg op pad om insecten te fotograferen.
Veel macrofotografen gaan ’s morgensvroeg op pad om insecten te fotograferen. Fotograaf: Bjorn van Lieshout

En wat ik bij de bloemen al vermeldde gaat natuurlijk ook op voor de insecten: probeer ze op ooghoogte te fotografen. Op die manier neem je de kijker echt mee in de wereld van de insecten.
Insecten kun je echt het hele jaar tegenkomen. In de winter moet je er wel goed naar zoeken, maar zelfs dan kun je jezelf als macrofotograaf uitleven op springstaartjes, winterjuffers en wintervlinders. Toch geven verreweg de meeste fotografen de voorkeur aan de overvloed aan insecten in het voorjaar en de zomer.

Het fotograferen van vliegende insecten

Het fotograferen van vliegende insecten is een heel stuk lastiger. Hierbij kies je vaak ook een heel andere benadering.

In de eerste plaats ga je nu niet ’s morgens vroeg op stap, omdat de insecten dan nog niet vliegen. Bovendien heb je op de vroege ochtend te weinig licht. Wil je vliegende insecten echt scherp op de foto zetten, dan heb je een hele snelle sluitertijd nodig, vaak meer dan 1/1000e seconde als je de beweging in de vleugels ook echt wilt bevriezen. Ook wil je voldoende scherptediepte, en moet je dus werken met een kleine diafragma-opening. Dit betekent dat je veel licht nodig hebt. Dus kun je dit het beste doen als de zon hoog aan de hemel staat en dan het liefst met een klein beetje sluierbewolking om de ergste slagschaduwen te voorkomen.

Het heeft geen zin om achter de insecten aan te jagen. Je bereikt meer door het gedrag van de insecten te bestuderen en daar op in te spelen. Zo vliegen hommels en vlinders vaak naar bloemen toe om van de nectar te snoepen. Als je gaat posten bij een bloem komen de insecten daar vanzelf op af. Libellen eten geen nectar, maar ook hier kan het gedrag je helpen. Mannelijke libellen hebben vaak een eigen territorium en dit wordt fanatiek beschermd tegen indringers. Hiervoor vliegen ze steeds dezelfde patrouillerondes. Als je rustig langs de waterkant gaat zitten leer je de routes vanzelf kennen en kun je redelijk goed inschatten wanneer de libel weer langs zal komen.

Voor het fotograferen van vliegende insecten is het ook handig om een telelens te gebruiken in plaats van een macrolens. Om de dieren niet weg te jagen is het goed om een lens met een brandpuntsafstand van ongeveer 200mm of 300mm te gebruiken. Daarnaast kun je het beste gebruik maken van de autofocus en de camera op de burstmodus zetten.

 


Wil je meer weten over het fotograferen van insecten, lees dan ook de volgende artikelen:

Hoe fotografeer je vlinders?
Onbeweeglijke vlinders fotograferen
Hoe fotografeer je libellen en juffers?


 

Meer weten over macrofotografie?

Heb je dit artikel gelezen en wil je nog meer informatie over macrofotografie? In de volgende boeken en cursus kun je alles vinden wat je wilt weten over macrofotografie:

Praktijkboek macrofotografie

Zonder twijfel het beste en meest populaire boek over macrofotografie: compleet, praktisch, veel diepgang. Veel aandacht voor alle uitdagingen op gebied van fotografie én veel aandacht voor alle soortgroepen.

 

 


Fotografiegids vlinders en libellen

In dit boek vind je alle fotogenieke vlinders en libellen van Nederland en België, behandeld aan de hand van verschillende benaderingen, sferen en technieken. De auteurs, allemaal rasechte vlinder- en libellenfotografen, geven jou een flinke dosis inspiratie.

 


Fotografiegids planten en paddenstoelen

Maar liefst 12 doorgewinterde planten en paddenstoelenfotografen delen hun expertise over fotogenieke planten en paddenstoelen uit Nederland en België met jou! Dat doen ze aan de hand van verschillende benaderingen, sferen en technieken, zodat er altijd wel iets aantrekkelijks voor jou bijzit.

 


Online cursus macrofotografieOnline cursus macrofotografie

In deze cursus word je op weg geholpen in de boeiende wereld van de macrofotografie. Cursusleiders Johan van der Wielen en Janneke van der Pol nemen je mee in hun wereld en leren je alles wat je moet weten om zelf de allermooiste macrofoto te maken.

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: